Tempels, rust, relaxedheid

Dag lieve allemaal,

Na de bus-trein-busreis vanuit Bodhgaya, kwamen wij eindelijk laat in de avond aan in Khajuraho (spreek uit heel snel: Khadjuuraaho). Een oase van rust, heerlijk! Na al die stoffigheid was dit echt even een verademing voor ons. Ik was direct verliefd op ons guesthouse en zelfs Maarten zag zichzelf hier al een sessie yoga doen ‘s ochtends vroeg (misschien heeft het reizen écht postieve invloed ). Ons guesthouse heette ook toepasselijk de Yogi Ashram Lodge. Zoals elk guesthouse in het hele stadje trouwens, want ze geloven dat zoiets toeristen trekt, denk ik. Afijn, na de nacht heeerlijk te hebben geslapen, sochtends eerst prinsesselijk ontbeten op het balkonnetje en daarna op de fiets gesprongen. De enige reden waarom Khajuraho bekend is, is vanwege de tempels. In feite draait de hele stad daarop, los van de ‘gewone’ handel in landbouwproducten. Vroegah, lang lang geleden, was Kharjuraho de hoofdstad van de Chandela’s, een volk dat op dat moment aan de macht was. Toen de Mogols de macht overnamen, hebben ze hele steden en dorpen geplunderd en vernietigd. Khaju is aan deze wreedheden ontsnapt vanwege de afgelegen ligging. Echter, toen de Chandela’s de stad verlieten, raakte zij in vergetelheid. Na 700 jaar in harmonie met de jungle geleefd te hebben, herontdekte een Britse hoogheid de ruines en blies de stad een nieuw leven in. Which is why wij vandaag de dag nog steeds de enorme tempels kunnen bewonderen. Wat de tempels zo bijzonder maakt zijn de erotische (zeg maar gerust pornografische) afbeeldingen die je kunt zien op de buitengevels en binnen in de tempels. Het schijnt zo te zijn dat pasgetrouwde Indiase stelletjes een tripje maken naar deze stad om het kunstje te ‘leren’.

Uiteraard deed bad luck weer eens hard zijn best en hadden we de hele dag regen, motregen of mist! Wat aan de ene kant erg jammer was, want de tempels zijn van binnen echt heel erg mooi, maar er valt weinig licht naar binnen dus zie je niet veel. En de boekjes beschrijven de ‘ongelooflijk mooie lichtval van die-en-die opening op dit-of-dat beeldje, maar dat kan je dus mooi even niet zien. Aan de andere kant hebben we van de tempels wel weer een soort mist-erieuze foto’s, dus das dan ook wel weer leuk. Dag afgesloten met een biertje en een praatje met de grote baas van het complex, die ook even langskwam.

De tweede dag daar hebben we wij eerst eens even ons reisschema veiliggesteld (we leren stap voor stap) en zijn daarna nog naar een paar andere tempels gaan kijken. Eigenlijk gewoon even lekker relaxed.

Dag 13 was weer een reisdag, want het plan was om van Khajuraho zuidwaarts te reizen naar Kanha National Park om daar de ‘koning van de jungle’ te gaan spotten. Na genoeg uren in de bus en trein kwamen we in Jabalpur aan, waar we 1 nachtje zouden overnachten en de volgende dag een bus naar het park zouden nemen. Jabalpur is een enorme stad met 2 miljoen inwoners, waar wij volgens mij de enige blanken waren (serieus 2x geweest en 0x blanken gespot). Het ging er dus ook een stuk relaxter aan toe, omdat ze daar nog niet zo gefocust zijn op je geld en je dus zowaar een fietsriksja kan nemen naar het busstation en de indian price kan betalen zonder onderhandelen! Leuk leuk! Keerzijde was dat veel hotels al vol zaten (waarom weten we nog steeds niet) en we dus eindigden in de smerigste en meest deprimerende kamer ooit. Daarbovenop kwam ook nog dat het vol zat met muggen en wij dus de volgende ochtend opstonden na nauwelijks slapen en vol met bulten. Maar, dat is leuk… (is een soort mantra geworden hier, tanden op elkaar en het-is-leuk!)

In de ochtend hebben we de bus genomen naar Kanha. 7 hele uren later, na een hobbelige, volle busrit kwamen wij eindelijk aan bij het park. Een langs-de-weg-verspreid dorp ligt vlakbij de ingang van het park en daar konden we slapen in een hostel. Het was alleen wat rustig, vonden wij al en het guesthouse aan de overkant waar wij wat gingen eten was helemaal leeg! Iedereen had die dag uitgecheckt, wat een teken voor ons had moeten zijn. Een man die osn aansprak op het buststation in Jabalpur vertelde al dat het park misschien dicht zou zijn vanwege de regen die de afgelopen dagen flink was gevallen en misschien zou blijven vallen. Wij hadden echt besloten om niets meer te geloven wat de Indiërs ons vertelden, en dus dede wij gewoon lekker onze eigen zin. Na een kletspraatje met de gids en driver van ons hostel over de ‘safari’ van de volgende dag zijn wij lekker gaan slapen. Die avond begon het echter al te regenen (en flinke regen, als in de moesson) en dat hield gewoon niet meer op. De volgende ochten had het dus ook geen zin om om 5 uur op te staan, het parkl was dicht. Zwaar teleurgesteld natuurlijk, maar ja, wat kun je eraan doen? Gelukkig kon de gids nog wel even regelen dat we met een jeep door de omgeving konden rijden. Dat was wel weer heel erg leuk, vooral omdat ik (Jo) ook mocht rijden en dit de rest van de rit ben blijven doen! Moet je je voorstellen, 3 mannen (waarvan 2 indiase die een vrouw toch zeker onder zich hebben staan) in een jeep met een vrouw aan het stuur! Ik vond het wel wat en kwam niet meer bij van de reacties van alle mensen die wij voorbij reden, hahaha. Na een uurtje of wat vonden we het wel genoeg (het regende nog steeds) en hebben we maar besloten om de bus terug te nemen en verder te reizen naar Mumbai. We hadden de dag daarvoor onze tickets al geboekt, maar hoopten dat we deze nog konden omzetten.

Eenmaal terug in Jabalpur bleek dit niet te kunnen, maar dat was niet zo erg want daar was ook nog wel wat te zien. Dit keer maar een wat beter hotel genomen (een flink stuk beter ook, roomservice!) en lekker gegeten voor een schijntje. De volgende ochtend zijn we met een tuktukmeneertje naar de ‘Marble Rocks’ gegaan. Dit is een gebied 22 km van Jabalpur, waar limestone rotsen schitteren in het zonlicht. Het was best leuk en gelukkig waren ook daar weer genoeg winkeltjes waarmee we ons konden vermaken. Aan het begin van de avond ging onze trein naar Mumbai, waar we onszelf de komende 17 uur in moesten vermaken.

Later meer over Mumbai en onze strandvakantie, nu gaan we lekker slapen, morgenvroeg op!

Heel veel liefs en vieze voeten van ons

De straten van Veranasi

Als je voor de eerste keer een Indiase stad binnenkomt wordt je overdonderd door alle drukte, al die mensen, alle chaotische geluiden en natuurlijk de onplesante geuren. Voordat je ook nog maar een stap hebt durven zetten staan er al minsten 3 Indiase mannen aan je te trekken; " Riksja please.. Riksja! Where are you going? Please.. cheap price yes!

Stel je voor dat je zelf de weg moet vinden in deze chaotische stad zonder ook maar enig idee te hebben waar je heen moet en hoever het is. De toegereikte plattegrond van je guidebook ziet er prima en overzichtelijk uit, maar wacht maar tot je de straten zelf moet vinden. Naambordjes kan je wel vergeten en de kruispunten zijn zo onoverzichtelijk dat je de eerste afslag al nauwelijks herkent. Na enig onderhandelen ga je er dan ook maar vanuit dat je tot een redelijke prijs bent gekomen.

Onderweg kijk je je ogen uit! Oh mijn god wat is deze stad vies zeg. Ik wist niet dat men eten kon klaarmaken op straat waar het zo stinkt naar pis, poep en rottend afval. Het gekke is nog dat men zich er geen zorgen om kan maken. Een houten karretje fungeert als groentewinkeltje waarachter een stoffige man mij boos aankijkt. Naast de kar ligt een grote hoop afval en verschillende verschijningsvormen van koeienstront. Laten we maar alvast voorop stellen dat overal in de stad afval ligt, het naar koeienstront stinkt en plassen urine (van wat en wie dan ook) wegsijpelt over stoep en straat.

Ondertussen krijg ik het idee dat we door iedereen worden aangestaard. De man die kippen verkoopt (60 roepies per hele levende kip.. dat is 90eurocent) kijkt verbaasd op als we langsrijden. De man met de melkbussen aan zijn gammele fiests stopt om ons nog eens goed te bekijken. De jongetjes die op
straat kattekwaad aan het uithalen zijn komen naar ons toegerend en kramen een onverstaanbaar taaltje uit. Zelfs de vrouwen die geheel gesluierd voorbij komen zien ons als een bezienswaardigheid. Uiteraard is de verbazing geheel wederzijds.

Een flinke hoestbui komt opzetten, wat is die smog hier op straat toch ongezond. Stof, diesel en andere gassen vormen een vaste nevel. Ik kan me niet voorstellen dat de mensen die hier elke dag op straat lopen niet binnen enkele jaren een ernstige vorm van longtyfus, kanker of andere ziekte krijgen. Misschien helpt een sjaal voor mijn neus en mond de lucht die ik inadem iets te zuiveren… laten we dat maar proberen…

Telkens krijg ik het idee dat we elke keer een aanrijding gaan maken. Ik ben zelf best wel wat gewend met betrekking tot stunten op de fiets of brommer, maar hier rijden ze zo dicht op elkaar dat ik me afvraag hoelang dit nog goed gaat. De autoriksja’s (of hoe je dat dan ook schrijft) rijden met volle vaart (40/50 km/hr) in op hordes mensen die de straat proberen over te steken. Gek genoeg is er altijd
wel iemand die op het laatste moment besluit de een voorrang te verlenen. Ook de fietsen met melkbussen en mannen met handkarren gebruiken de weg op eenzelfde manier. Dan wordt ik toch nieuwsgierig of er enigszins regels bestaan. De chauffeur weet mij te vertellen: " There is only one rule… there are no rules!" Iedereen rijdt dwars door elkaar heen en er klinkt een aaneengesloten geluid van fietsbellen, toeters en schreeuwende waarschuwingskreten. Na een halfuur op de weg heb je gegarandeerd hoofdpijn en volle longen!!

Schijnbaar zijn we op de plek van bestemming want de riksja stopt op een onherkenbare plek. Er word ons verteld dat ons guesthouse alleen lopend te bereiken is omdat de steegjes te smal zijn voor gemotoriseerd verkeer. Het zal wel goed zijn, je weet toch niet beter. We stappen onverzekerd uit. Daar sta je dan volledig bepakt in een overvolle straat. Uiteraard staan er alweer meerde mensen klaar om je te helpen met het vinden van je bestemming. Naarmate de reis vordert weet je hier steeds beter mee om te gaan en gek genoeg zien ze dat ook van je af. We lopen door extreem smalle steegjes die overspoeld zijn met alles wat in India te vinden is. Van chai-karretje tot de lokale pottenbakker en van
hindoe-tempel tot shiva-koe.

Nietsvermoedend lopen we de betreffende ghat tegemoet (een ‘ghat’ is een trapvormig terrasaan een river, wat hier betreft de heilige ‘Ganges’ rivier). Wat liggen hier toch ontzettende veel stapels hout? En wat is toch die doordringende brandlucht? Ondertussen komst een soort van brancard voorbij waar een dood lichaam op ligt. Het geheel is versierd met bloemenkransen en gewikkeld in alufolie. Er word ons later verteld dat dit de ‘burning ghat’ is, oftewel de plek waar 24uur per dag lichamen worden gecremeerd. We hebben even gekeken, maar het is te bizar om te bevatten. Gewoon in de open lucht… met alle mensen er omheen… de rook die er vanaf komt adem je in… de geur…. een lopende band van verbranding… meerdere tegelijkertijd…..

De ‘rust’ van Bodh Gaya

Na een aantal chaotische dagen in Veranasi besloten we om de reis voort te zetten naar de belangrijkste plaats van het Bhoedisme, Bodh Gaya. Dit is de plek waar Boeddha de staat van verlichting bereikte. Het brandpunt van de stad is de Mahabodhi-tempel die met zijn 54m. hoge piramidevormige spits het landschap domineert. Erachter staat de heilige Bodhiboom, waaronder Boeddha mediteerde voordat hij verlicht werd. In vergelijking tot Veranasi is deze plek overzichtelijk en ‘rustig’. Na onze settlement in een goedkoop en ranzig guesthouse gaan wij erop uit om het heiligdom te bezichtigen. Een indrukwekkend bouwwerk geplaatst in een rustgevend groene tuin. Als wij aankomen is er net een ceremonie bezig waarbij een groep monnikken in gewaad biddend om de tempel staan. Ondanks het feit dat je er niks van verstaat en dat je weinig verstand hebt van de religie is het gevoel wat je erbij krijgt groots en tegelijkertijd klein. De gebeden zijn eentonig en gerepeteerd… even kom je tot jezelf.

Bij het verlaten van de tempel worden we vergezeld door 3 indiase jongens. Ze lijken ons erg aardig en geintresseerd, maar vanwege de constande dreiging heb je de houding ontwikkeld om altijd achterdochtig en afhoudend te zijn. Ze vertellen ons dat er even verderop (30min. lopen) ook een aantal interessante tempels en Bhoeddistische leerscholen te vinden zijn en gek genoeg lopen we met ze mee. Ondertussen vertellen ze ons over hun leven daar in Bhod Gaya. Het is leuk om eens echt te horen hoe de jeugd daar opgroeid en je krijgt de kans om te begrijpen hoe het voor hun is. Het blijkt dat ze in de laatste klas van de ‘middelbare school’ zitten en zelf ook gedeeltelijk les geven aan de lagere klassen. In eerste instantie is het moeilijk te geloven wat je hoort. Dat ze van ‘s ochtends tot ‘s avonds laat op of rond de school bezig zijn en in hun vrije tijd met ons een praatje komen maken.

Na de tempels gezien te hebben bieden ze ons aan een kijkje te nemen op hun school. Het was al het einde van de dag dus we twijfelden of die uberhaupt wel open zou zijn. Ze vertellen ons dat op de school ook bijna 200 weeskinderen leefden en dat die dus 24uur per dag in bedrijf was. Ok goed, we gingen…. Na nog een halfuurtje lopen door weilanden en steegjes was het al donker geworden. Op de achtergrond kreeg je hier en daar een doorkijk op de Boeddha-tempel die inmiddels vakkandig was uitgelicht. Met koeien en allerlei soorten dieren om je heen kreeg je bijna het idee dat je in een levende kerststal rondliep.

Uiteindelijk kwamen we dan bij een schooltje aan (dus toch), en we gaan naar binnen. In zo’n situatie stel je jezelf altijd open voor wat je gaat beleven, even moet je alles wat je zelf bent gewend vergeten. Voor je het weet loop je een ‘klaslokaal’ binnen om 8uur ‘s avonds en er staan letterlijk 50 kinderen om je heen die je hand willen vasthouden, weten wat je naam is, waar je vandaan komt en hoe oud je bent. Na een aantal van dit soort lokalen komen we tot rust op de bovenste verdieping. De muren bestaan uit kale baksteen en in de raamopeningen zit geen glas. Alle kinderen die er slapen hebben nauwlijks kleren of dekens en zien er vies uit. Toch doe je je best om gesprekken aan te knopen en je komt tot de ontdekking dat ze hier goed onderwijs krijgen; 12 in het kwadraat gemakkelijk uit het hoofd, tellen in het Engels gemakkelijk tot de 20, zelfs een woordje Spaans is geen probleem. We besluiten een aantal Nederlandse woordjes op het schoolbord achter te laten. Onder de indruk en bijna emotioneel gaan wij weer terug naar het dorp.

No! No change, no guide, no riksja, no roepi, no problem!

Lieve allemaal,

Voor dit eerste bericht had ik al een stuk of 10 titels verzonnen, maar inmiddels hebben we al zoveel meegemaakt dat ik eigenlijk niet meer zo goed wist welke ik moest kiezen. Dus is het de passende tekst geworden die op t-shirts staat die ze hier verkopen.

NO!

No change
No guide
No riksja
No boat
No roepi
No problem!

Aldus een samenvatting van wat wij in de afgelopen paar dagen het meest gezegd hebben.

Ja het is waar, het is hier vies, druk, vol, lawaaierig, bizar en dat alles tegelijkertijd. Maar ook heel interessant, indrukwekkend, vermoeiend (in a good way), grappig en mooi!

Maandagochtend 2 november erg vroeg vertrokken vanuit huize Kamp te Amersfoort. Onze vlucht naar Londen vertrok om 7.25u, en na wat  heen en weer geloop (toch nog even wat drinken, of wacht roken! Oh welke gate was het ook alweer?) zaten wij aan boord. Wel weer eens leuk voor mij (Jo) om het vliegtuig vanuit een ander perspectief te bekijken, de passagiersstoel. Vluchtje was kort en op Londen Heathrow moesten we een paar uur wachten. Na inspectie van de gate en de winkels, zitten, wachten, zitten, lopen, wachten, ging onze gate eindelijk open. Bleek dat er nog een heel gedeelte verderop zat! Met de ondergrondse naar onze gate gegaan en daar eindelijk ingestapt. Als een goede stess had ik lekkers meegenomen voor de crew, echte hollandse stroopwafels. Ze waren ons erg dankbaar, maar helaas zat het vliegtuig helemaal vol (ach, je kunt het altijd proberenJ).

Tijdens de vlucht kennis gemaakt met onze eerste Indiase vriend die ons maar wat graag wilde vertellen over zijn land en welke route we zouden moeten volgen. Er volgden nog vele na hem… Ondertussen zijn we erachter dat we toch maar beter onze eigen route kunnen volgen.

In Delhi aangekomen begon de reis echt en zoals voor zovelen (hebben wij ons laten vertellen) net een béétje anders dan gepland. Hotel was geboekt en airport pickup geregeld van te voren, echter eenmaal aangekomen stonden wij daar keurig en braaf te wachten, maar niemand met een bordje. Gebeld naar het hotel, maar die vertelde ons dat het niet was geboekt en dat wij maar een taxi moesten nemen. Goed, said and done, in de taxi, taxi kan het niet vinden. De taxi chauffeur (of eigenlijk de begeleider, de chauffeur reed alleen maar) vroeg ons of het oké was dat hij even zou stoppen bij een tourist office en dat wij daar zouden bellen voor het adres. Degenen die vaker in India zijn geweest weten waarschijnlijk nu al wat er komt, maar gebeld en bleek dat het hotel vol zat. Wegens allerlei festivals op dat moment, Sikh festival, Diwali (was net afgelopen) etc etc. Lang verhaal kort, we konden kiezen, of een heeeel duur hotel in Delhi (à 680 dollar per nacht) of direct vanuit Delhi naar Agra met een auto + 2 hotelovernachtingen (à veel te veel geld). Doodmoe en niet meer zo scherp moesten we iets, dus hebben we gekozen voor de laatste optie. Een heleboel uur later en een heleboel euro’s lichter zaten we dan eindelijk in een autootje richting Agra, waar we aankwamen, zijn gaan douchen en direct gaan slapen.

Na een paar uurtjes opgestaan en door onze hotel gastheer gekoppeld aan Ram Babu, een fietsriksja figuur die ons overal heen zou brengen voor 5 roepies (8 cent). Uiteraard zijn we direct meegenomen naar een aantal winkeltjes, want wat ze in Thailand kennen, kennen ze hier ook. Het truukje, jij-krijgt-klanten-van-mij-ik-krijg-geld-van-jou buiten ze hier uit, tot en met. Ik vind het nooit zo erg, want je hoeft niets te kopen en als je toch de tijd hebt…
Later even wat gegeten en toen met een biertje buiten op de stoep gaan zitten kijken naar het spektakel op straat. De gekste dingen en mensen komen voorbij. Wandelend, fietsend, scooterend, motorrijdend, autoriksja rijdend, fietsriksja rijdend, kameelrijdend, you name it. Hilarisch. We hebben ons de hele avond vermaakt met het kijken daarnaar, onderwijl ansicht kaartenverkopende kids van ons afschuddend. Later nog maar eens lekker gaan slapen.

Dag 2 begon met ontbijt van toast en bananen en uiteraard de beroemde chai (mierzoete thee met melk in hele kleine kopjes). We zouden eigenlijk die ochtend meteen de Taj Mahal gaan bekijken bij zonsopgang, maar dat was een beetje een te ambitieus plan. Dus hebben we voor die dag een tuktuk meneer geregeld (autoriksja noemen ze het hier, maar tuktuk is makkelijker) die ons overal nartoe heeft gereden. Allereerst naar Agra Fort, dat het keizerlijk paleis was. Enorm terrein met allerlei mooie gebouwen en een fantastisch uitzicht op de Taj Mahal. We hebben geluncht bij een lokaal tentje aan de weg, wel spannend maar heel erg lekker. Daarna zijn we naar het mausoleum van Keizer Akhbar geweest, wat 10 km buiten Agra ligt. Dit was weer iets heel anders, omdat dit een islamitisch gebouw is en compleet symmetrisch gebouwd is.
Terwijl de zon alweer bijna onderging, reden we terug naar Agra. We hebben even lekker gegeten bij een hostel met rooftop restaurant (ode aan indiaas eten!) en toen vroeg gaan slapen, want de volgende sunrise mochten wij uiteraard niet missen!

Uiteraard de sunrise wel gemist, we hadden wat moeite met opstaan en toen we eenmaal daar aangekomen waren, geld vergeten, batterij van de camera leeg en een gemeenschappelijk ochtendhumeur maakt het er niet beter op. Wat het wel beter maakte was wat wij te zien kregen om het hoekje. Iedereen die zegt dat de Taj Mahal in-het-echt toch een beetje tegenvalt heeft niet goed uit z’n ogen gekeken. Wat een plaatje! Echt ongelooflijk hoe ze zoiets hebben kunnen maken. De Taj Mahal is gebouwd door Sah Jaham uit liefde voor zijn 3e vrouw die het leven liet bij de geboorte van haar 14e kind. De Sah heeft in het Agra Fort zijn laatste jaren doorgebracht, nadat hij gevangengezet werd door zijn zoon, omdat hij een zwarte tegenhanger van de Taj wilde bouwen aan de andere kant van de rivier. De zoon vond dat niet zo’n goed plan financiëel gezien en besloot zijn vader daarom maar uit de macht te ontzetten. Leuk om te weten is dat er voor de ingang van de Taj twee kleine monumenten staan, een voor zijn eerste vrouw en een voor de beste vriendin van zijn 3e vrouw, die zorgde voor de kinderen na haar dood.
Na dit bezoek lekker ontbeten en een beetje door de straatjes gewandeld, dingetjes gekocht en maar weer wat gegetenJ. ‘Savonds nog even met onze praatgrage hotel gastheer gekletst en hem ons avondeten laten halen. Uiteraard was dit weer een van mijn slechte ideeen, omdat het veeeeeeel te spicy was en ik (Jo) daar in de nachttrein best een beetje last van kreeg. Ook Maarten heeft zijn eerste ziekzijn overleefd, een flinke griepaanval. Begon direct de 2e dag al en hij heeft nog steeds last van een vervelende hoest.

De nachttrein redelijk overleefd, toch nog wel lekker geslapen. Je zit daar in een open coupé, met 4 bedjes en 2 aan de andere kant van de gang. Het begin van de reis was nog wel even spannend. We hadden vrienden gemaakt met een ander nederlands stel en die hadden wiskhy en cola bij zich. Dus wij gezellig in de trein gestapt, het onszelf gemakkelijk gemaakt en een lekker drankje erbij. Komen er na een uur of twee een viertal booskijkende politiemannen op ons af, die Maarten en de andere jongen eens even meenamen om de regelementen te laten zien. We konden net voorkomen dat we de trein afgegooid zouden worden, door een flinke boete te betalen. Dat geld is uiteraard direct in het zakje van de politiemannen gegaan en die hebben er volgens mij een leuke avond van gemaakt. So far onze ervaringen met de politie in India…

Dag 4 aangekomen in Varanasi. Ik geloof de drukste stad tot nu toe. En VIES! Het is ongelooflijk vies hier. Vuil op straat, menselijk afval, dieren, uitlaatgassen, stof en andere afvalgeuren komen van alle kanten op je af. Je ontkomt er niet aan (echt nergens), maakt het moelijk normaal adem te halen en na te denken. Varanasi is de (of een van de) heiligste steden in India, vanwege de ligging aan de heilige rivier de Ganges en de rituelen die hier in overvloed worden uitgevoerd. Na een stoffige rit door de straten van Varanasi en een bijna helse voettocht door de smalle straatjes met ongelooflijk veel trappen eindelijk aangekomen bij ons guesthouse. Daar lekker gedoucht, gegeten in het restaurantje met uitzicht op de ganges en daarna direct gaan slapen. Maarten was echt niet lekker en die heeft dan ook tot sochtends geslapen. Ik ben halverwege nog even boeven gaan eten, maar daarna ook vrij snel gaan slapen. Als jullie nu denken, wat slapen die mensen toch veel, dat is echt nodig. Reizen op zich is al best vermoeiend, maar zeker hier met al het stof, het lawaai en ál die mensen de hele tijd om je heen.

De volgende dagen in Varanasi gespendeerd met rondwandelen, rondkijken, met mensen kletsen en een paar keer heen en weer naar het treinstation om een treinkaartje te regelen. Ons guesthouse zat bijna aan de ganges en vlak voor een van de belangrijkste ‘ghats’. Een ghat is een soort brede trap die naar de ganges leidt. In totaal zijn er in Varanasi een stuk of 80 ghats verspreid over een aantal km. Iedere ghat heeft zijn eigen identiteit en er zijn er 2 ‘burning ghats’. Wij zaten vlakbij de belangrijkste burning ghat. Hier worden overledenen op een stapel hout verbrand en de resten worden in de ganges gegooid. Echt heel bizar om van zo dichtbij te zien dat er echt mensen verbrand worden. Om eerlijk te zijn, wij vonden het niet zo leuk. Het komt dan wel een beetje heel dichtbij. Zeker als je een processie in de smalle straatjes tegenkomt, waar de familie de overledene naar de ganges draagt op een houten baar, daar het lichaam wast en daarna op de brandstapel legt. Het is een 24-uur doorgaande business, dus je ontkomt er ook niet aan, zeker niet als je er elke dag een paar keer langs moet. Je wilt natuurlijk al helemaal niet denken aan wat voor lucht je inademt… Voor de Hindu is Varanasi een belangrijke plaats en veel mensen wonen hier om er zeker van te zijn dat ze in die plaats ook overlijden. Voordeel hiervan is namelijk dat ze de ‘moksha’ ontvangen, de directe weg naar verlichting, waardoor zij niet meer hoeven te reincarneren. Er zijn 5 typen mensen die niet worden verbrand: heiligen, zwangere vrouwen, kinderen onder de 12, mensen die overleden zijn aan een besmettelijke ziekte en mensen die gebeten zijn door een slang en dus overleden. Deze worden direct in de ganges gegooid. Toch echt wel schokkend om te zien dat mensen letterlijk 50m van de burning ghat zichzelf en hun kleren wassen. Best een beetje moeilijk te begrijpen.

Lieve mensen, wij hebben zo nog een heleboel verhalen, maar voor nu laten wij het even hierbij. Ondertussen zijn wij alweer een plaatsje verder en bijna op weg naar de volgende. Onderweg maken wij veel vrienden, ik heb mijn eerste ‘delhi-belly’ al gehad, zij het gelukkig maar 1 dag en India verbijsterd ons elke seconde weer.

Wij hopen dat jullie het een beetje uithouden in het koude kikkerlandje, we’ll send you some dustJ. BIG HUGS!!

To be continued..

18 uur voor vertrek..

Dag lieve kijkbuiskinderen, Nu oogjes dicht en snaveltjes toe,
Wij vliegen morgen naar India toe!!

Nog maar een nachtje slapen (nog 18 uur te gaan op het moment van schrijven) en dan zitten wij 10.000km van jullie vandaan!

Verhalen van onze ervaringen vinden jullie zoals gewoonlijk hier. Voor de nieuwkomers, rechts in het menu vinden jullie oude verhalen (ik zou ze niet lezen, veeeeeel te lang) en links naar het fotoalbum. Kunnen jullie alvast een beetje meegenieten:)

Liefs,

José en Maarten

18 uur voor vertrek

Dag lieve kijkbuiskinderen, Nu oogjes dicht en snaveltjes toe,
Wij vliegen morgen naar India toe!!

Nog maar een nachtje slapen (nog 18 uur te gaan op het moment van schrijven) en dan zitten wij 10.000km van jullie vandaan!

Verhalen van onze ervaringen vinden jullie zoals gewoonlijk hier. Voor de nieuwkomers, rechts in het menu vinden jullie oude verhalen (ik zou ze niet lezen, veeeeeel te lang) en links naar het fotoalbum. Kunnen jullie alvast een beetje meegenieten:)

Liefs,

José en Maarten

Dushi Dushi Korsou

Lieve allemaal,

Eindelijk dan – ja ik weet dat jullie erop hebben zitten wachten J – een berichtje vanuit de tropen! Voor degenen die denken: ‘huh??’, JA ik ben weer even weg. Sinds donderdag 18 september zit ik op Curacao, voor 6 weken. In het kort kwam het ongeveer zo: gesolliciteerd voor stewardess, selectie bij Arkefly gedaan, aangenomen, op vakantie naar Curacao, gehoord dat de cursus van Arke op 3 november gaat beginnen, daar bedacht dat het mij heerlijk leek om voor een tijdje op Curacao te verblijven, terug naar huis gegaan en mijn werk verteld dat ik ging stoppen, daar waren ze niet zo blij mee, nog 4 weken gewerkt en toen weer op het vliegtuig gestapt naar Cura! Daar waren andere mensen ook weer niet zo blij mee (sorry Gab, volgend jaar probeer ik echt op je verjaardag te komen!), maar goed.

Dusss, nu zitten we op een eiland! De eerste dagen zijn me goed bevallen, wel hier en daar wat nat geworden en nee, dat kwam niet van de zee. Toen ik donderdag aankwam, werd ik opgehaald door het vrouwtje van de manege, waar ik zou gaan wonen. Bij mijn elfenhuisje aangekomen was ik direct verliefd. Ik woon op een manege en letterlijk tussen de paarden. Mijn studio ligt aan de rijbak (waar paardrijles wordt gegegeven) en tussen mijn deur en de bak zit ongeveer 1 meter. ’s Nachts staan daar 2 paardjes in en als ik dan ’s ochtends wakker word, word ik begroet door een paardenneus! De eerste ochtend (vrijdag) was ik aan het ontbijten en had mijn raam open gezet. Ineens stak er een paard zijn hoofd door het raam.. hallo! Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt maar ik vind het fantastisch! Verder is mijn huisje ieniemienie, maar alles zit erin. Ik heb een hoekje voor de koelkast en fornuis, een hoekje voor een keukenblok, een hoekje voor mijn bed (2-persoons, dat weer wel), een tafel en een badkamer! En dat allemaal op ongeveer 24m2. Maar ik ben er helemaal verliefd op, je hebt alles wat je nodig hebt en te weinig ruimte om rotzooi te maken (zeker speciaal voor mij ontworpen..).

Ik heb hier ook een auto gehuurd. Je kunt op dit eiland wel met het openbaar vervoer gaan, maar dan kom je niet altijd waar je wil zijn en zeker niet op het tijdstip dat je er wil zijn. Mijn auto is een hele leuke stoere jeep(je), waarbij je het verkeer in kleuren en geuren (vooral die) meekrijgt. Ik denk dat mijn longen geasfalteerd zijn tegen de tijd dat ik terugben, maar ach, de medische keuring voor Arkefly heb ik toch al gehad en geslaagd met flying colours… Die jeepjes zijn echt heel leuk, totdat het met bakken uit de hemel komt, zoals het vrijdag deed. Dan lekt het overal naar binnen en bij mijn voeten krijg ik dan een mooi klein vijvertje. Maar hij is stoer en goedkoop, dus ik ben blij J.

Mijn hele eerste dag op het eiland is weggespoeld. Ik was vroeg wakker, dus was vol goede moed om maar direct een baantje te gaan zoeken. Totdat ik naar buiten keek.. En ja ik kom uit Nederland dus weet wat regen is, maar geloof mij, als je deze regens ziet, wordt direct alles wat je nog maar aan zin had om naar buiten te gaan je ontnomen. Ik ben wel naar de supermarkt gereden om inkopen te doen, want ik had natuurlijk nog helemaal niets in huis. Daarna even gaan lunchen met Anouk in de stad. Anouk is een vriendinnetje van mij die ik heb leren kennen tijdens mij studie. Zij woont hier nu een jaar en werkt bij een hotel hier als directiesecretaresse (en is de reden dat ik nu hier zit ipv in Afrika ofzo). ’s Avonds zouden we bij haar gaan koken en daarna misschien even uit. Daar is niet heel veel van gekomen, want we waren zo moe dat we ‘even’ gingen liggen om 18uur en in slaap gevallen zijn.. tot de volgende ochtend 5 uur! Tja.. jetlag he..

Zaterdag wilden we even lekker naar het strand. We zijn met mijn Samourai naar Westpunt gereden, alwaar het ook heel hard ging regenen. Gelukkig toen we weer richting huis reden (ja je moet wat) werd het mooi weer en zijn we naar Porto Marie gegaan. Daar heerlijk gelunchd en even lekker gezond. ’s Avonds hadden we kaartjes gekocht voor een stand-up comedy show. Er waren 3 cabartiers uit Nederland die hun eigen show deden. Het was super leuk! Daarna zijn we nog heel even naar een salsa cafe gegaan, maar het was erg rustig dus zijn we maar gaan slapen.

Zondag werd mijn eerste sollicitatieformulier een feit! We lagen op het strand bij Cabana en toen dacht ik: oh dit is ook wel leuk om te werken. Dus meteen maar even gevraagd. Je moet hier dan overal een formulier invullen over je opleiding en werkervaring, wanneer je beschikbaar bent etc. Dan wordt je teruggebeld als ze je willen hebben, nou ik ben benieuwd. Zondagavond was er een feest op Mambo beach, wat wel leuk was. Daarna zijn we nog even naar Dolci Bananas geweest, een cafeetje waar ze zondag avond altijd salsa muziek draaien en je dus lekker kunt dansen.

Maandag heb ik weer met Anouk in de stad gelunchd en ben daarna op banenjacht gegaan. Ik heb intussen bij 2 restaurants en 2 strandtenten gesolliciteerd en bij een restaurantje kon ik gelijk de volgende dag proefdraaien! Het is een soort lunchcafe (je kan er ’s avinds ook wel eten) in de stad en ze willen even kijken of ik het tempo wel aankan. Haha, dat vond ik nogal grappig, want de vorige keer dat wij daar hebben geluncht moesten we uren op de kaart, onze drankjes en de broodjes wachten. Die twee uurtjes gingen wel goed en ik kon gelijk woensdag werken. Dinsdag avond zijn we eerst lekker gaan eten bij de Heeren, een beroemd restaurant/cafe/uitgaansgelegenheid, waar zo ongeveer iedereen van het eiland komt op donderdag. Op dinsdag avond is het echter pasta dag, waar alle pasta’s voor de helft van de prijs zijn. Lekkerrr! Daarna zijn we naar mijn eerste salsa les op het eiland gegaan! Ik volg nu samen met Anouk een cursus Ladystyling, van 5 lessen, dus dat past precies.

Woensdag mijn eerste dag werk. Er was een cruiseschip aangkomen met 3000 amerikanen en het hele eiland staat dan paraat. Bij ons was het redelijk druk, maar rond 14u niet meer echt dus toen moest er iemand naar huis. Ik dus, want als nieuweling heb je nog niet zoveel te zeggen. Jammer, maar ok, zaterdag mag ik weer.

Donderdag was ik precies een week op het eiland en dat heb ik gevierd door de hele dag op het strand te liggen! Ik ben naar Caracasbaai gereden, waar het echt supermooi is. Rotsen, wit zand, blauw water (waar heb je dat niet op Curacao, maar goed, ik sta er elke keer weer van te kijken). Daar gelegen en ’s middags naar Ja Thiel gereden waar ik lekker heb gelunchd en nog even geslapen (ik slaap hier wat af..) op het strand. Gisteravond heb ik lekker gekookt en zijn we daarna even naar een salsales gaan kijken, een ijsje gegeten met een groepje vrienden van Anouk en even naar de Heeren gegaan om te dansen. Heerlijke dag!

Vrijdag had ik ook lekker nog vrij en was het schoonmaak dag. Ik vond donderdagavond bij thuiskomst nl een KAKKERLAK tussen mijn was, ieeehhh. Dus werd er grondig geboend.Daarna even in de stad gelunchd, nog even naar het strand en ‘s avonds een uit etentje van een vriendin van Anouk, was erg gezellig!

Gister zijn we overdag lekker naar het strand gegaan en om 17u moest ik weer werken. Dat was heel erg leuk en gezellig. Wel warm, want je loopt daar in je lange spijkerbroek met dienbladen vol glazen en borden rond te rennen, maar we hadden live muziek dus tussendoor werd er nog een beetje salsa gedanst. Daarmee kreeg ik weer wat meer waardering van mijn antilliaanse en colombiaanse collega’s, die in het begin zoiets hadden van: wat komt deze blancita hier doen. (Tenminste, zo ervaarde ik het een beetje). Na werk (was om 23.30 klaar) wilden we nog naar de DJ-contest gaan, maar helaas was het daar zo druk dat we niet meer binnenkwamen. Dus toen zijn we maar even ergens anders heengegaan en toen het was afgelopen zijn we weer teruggegaan voor de afterparty:)

Mijn eerste week zit er op! Ik ben benieuwd naar de verhalen van thuis, nog spannende dingen gebeurd sinds ik weg ben? Mailtjes krijgen is altijd leuk, post sturen en bellen mag ook J. Ik heb een telefoon hier, mijn Ned nr doet het nog wel, maar daar kun je mij niet op bellen. Ik heb een mobiel en een vaste telefoon, dus voel je de behoefte… J Verder ben ik als mijn internet het doet, online op skype..

Tot snel!

Dikke kus José

Lost in the jungle..

Sawadikaa!

Terug in de bewoonde wereld en het bevalt me maar matig. De afgelopen weken waren als een soort van brainwash en als je dan weer terug moet is dat een soort cultuurshock. Ik ben verliefd.. Of misschien is verslaafd een beter woord. Deze plek, het Elephant Nature Park, is een soort magische plek waar magische mensen magische dingen doen. Het is ongelooflijk hoeveel liefde, energie, wilskracht, doorzettingsvermogen en kracht ik hier heb gezien. Ik weet niet of ik het op digitaal papier over kan brengen, maar ik ga proberen te beschrijven hoe de twee weken zijn geweest.

Ons dagelijks schema ziet (of zag) er ongeveer zo uit. Op maandag wordt je vanuit het kantoor in Chiang Mai stad naar het park gebracht. Onderweg stop je bij een lokale markt om twee jeeps vol te laden met fruit voor de olifanten en een beetje eten voor ons. Op het park aangekomen hebben we deze dag niet veel te doen. De eerste week kregen we een rondleiding over het park, uitleg over de veiligheidsregels en een introductie van de olifanten. ‘S avonds is er een welkomstceremonie, waar het hoofd van het nabijgelegen dorp de nieuwkomers komt zegenen en zorgen dat al je geesten bij je blijven. Als je nl ziek wordt zonder dat je daarvoor een goede reden hebt, heeft een van je geesten je verlaten en das dus nie de bedoeling.

Een normale dag is zo opgedeeld:
07.00 aan het ontbijt
07.30 – 08.30 morning chores
08.30 Morning project
10.30/11.00 foodtrucks
11.30 olifanten voertijd
12.00 lunch voor de mensen!
13.00 olifanten baddertijd in de rivier (vaak de mahouts inbegrepen)
14.00 afternoon projects
16.30 olifanten baddertijd in de rivier
17.00 olifanten aan de ketting, vrije tijd
18.30 avondeten

De morning chores zijn klussen die elke dag gedaan moeten worden (ja ook op zondag), zoals olifantenverblijven schoonmaken (poeprapen en in zakken doen), rondom het platform (waar gevoerd wordt) oud fruit en poepscheppen, cow&buffalo shelters schoonmaken (das pas feest), recycling en afval in het hele terrein oprapen. De vrijwilligers worden in 5 groepen opgedeeld en iedere dag rouleer je met deze klusjes. Daarna zijn de ochtendprojecten aan de beurt. Dit kunnen hele uiteenlopende dingen zijn, of projecten die vaker terugkomen. Bijvoorbeeld het schoonmaken van de ‘mudpit’. Dit is de modderpoel waar de kleine fantjes na hun rivierbad lekker in gaan rollen en spelen. Deze moet echter 1x in de 2 dagen schoongemaakt worden (leeggepompt, met emmers verder uitgeschept en poep weghalen, weer vullen met water) omdat ze er anders niet meer in gaan (olifanten zijn blijkbaar erg picky als het op speelplaatsen aankomt. Andere projecten kunnen zijn: bananenbomen hakken (om te eten), hekken repareren, mais planten, verblijven fixen, bananenballs maken, olifanten bestuderen etc etc. Soms heb je ‘geluk’ en ga je op de Elephant Walk, waarbij je met een olifantenfamilie een stuk langs de rivier loopt en van alles te horen krijgt over ze en ze leuk kunt bestuderen. Daarna is het tijd voor de ‘foodtrucks’, die elke dag volgeladen vanuit Chiang Mai komen rijden en uitgepakt moeten worden, fruit gewassen, gesneden en verdeeld over de verschillende manden voor de olifanten. Daarna kunnen we de olifanten voeren. Niet alle olifanten komen naar het platform, omdat sommigen zo getraumatiseerd zijn dat ze zich niet zo comfortabel voelen tussen zoveel olifanten, of zoveel mensen. om 12u is het tijd om onze eigen magen te vullen en daarna met de olifanten de rivier in. Dit is het leukste moment van de dag (als er al een leukste is, alles is leuk nl) omdat het niet alleen olifanten-was-tijd is, maar ook mahout-was-tijd! Mahouts zijn de verzorgers en eigenlijk ‘papa’s’ van de olifanten. Zij zijn de hele dag in de buurt van hun olifant. Na dit watergevecht (daar draait het nl altijd op uit) kun je even opdrogen en een ijsje halen, want de ijscoman komt elke dag trouw naar ons park! Om 14u is het weer-aan-het-werk-tijd. OK dit zijn projecten zoals boven beschreven. Vaak kun je zelf kiezen waar je aan wil werken, tenzij er echt iets gedaan moet worden, maar vaak heb je een keuze tussen 2/3 projecten. Na het harde werk worden de olifanten weer geschrobt en dan moeten ze terug naar hun verblijf. Ze worden ‘s nachts vastgezet, omdat de mahouts natuurlijk niet 24u per dag kunnen werken en als ze vrij blijven rondlopen kunnen ze de rivier over en problemen veroorzaken in het dorp. Ze kunnen bijv door hun zoektocht naar voedsel stuiten op de akkers van de dorpelingen en deze vernielen. Dat kan natuurlijk niet, want Lek wil heel graag vrienden blijven met deze mensen. (Meer over Lek zometeen).
Na het dinner (lunch en dinner zijn beiden fantastische bufetten met het allerlekkerste eten allertijden!) is er soms een film (niet de vrolijkste, gaat allemaal over mishandelingen van fantjes enzo), soms een thaise les, vragenuurtje of gewoon gezellig kletsen met je mede-vrijwilligers. Om 20.30 is het bedtijd, want dan ben je echt op.

Om even terug te komen op Lek… Lek is een van de fantastische en inspirerende mensen waar ik het in het begin van mn verhaal over had. Het is een heel klein Thais vrouwtje (Lek betekent ook ‘klein’ in het Thai) die een bom energie heeft! Lek is een van de weinige mensen die strijdt voor het behoud van de Aziatische olifant in Thailand. Ze strijdt alleen niet, ze STRIJDT. Zij heeft echt ongelooflijk veel energie en doorzettingsvermogen en als je hoort wat ze allemaal al heeft moeten doorstaan.. Haar liefde voor de olifant is geboren toen Lek klein was. Haar familie bezat een olifant waar ze gek op was en heel erg veel van leerde. Toen ze ouder werd, werd ze zich bewust van de wreedheid waarmee vele mensen olifanten behandelen. In Thailand is het bezit van een olifant heel normaal en een manier voor de familie om geld mee te verdienen. Ieder familielid krijgt zijn kans om te werken met de olifant om zo zn brood te verdienen. Tot ong 20 jaar geleden werden de olifanten het meest gebruikt in de logging industrie (weet ned woord even niet), maar toen dit in 1989 werd afgeschaft verloren de meeste olifanten en mahouts hun baan. Families konden hun olifant niet meer onderhouden en werden of verkocht of gingen het toerisme in. Dit wil zeggen, toeristen ronddragen op hun rug, de hele dag, in de hitte, zonder eten/drinken (of te weinig), kunstjes opvoeren etc. Sommige olifanten werden streetbeggers, die je in de stad rond ziet lopen. Je kunt van de mahout eten kopen en dit aan de olifant voeren. Het lot van deze olifanten is echt verschrikkelijk, ik kan het niet goed uitleggen totdat je het hebt kunnen zien. Elke olifant die gebruikt gaat worden voor werk/shows etc. gaat aan het begin van zijn/haar leven door de ‘Pahjaan’ training. Dit is een traditionele training die op zn zachts gezegd on-olifants is, brutal. Olifantjes van 3/4 jaar worden in een houten stellage gezet, waar ze niet in kunnen bewegen, alleen staan. Ze worden aan alle kanten vastgezet, touwen om hun benen, hoofd, hals, straat, overaal zitten touwen en kettingen. Daarna worden ze dagenlang, soms wekenlang geprikt met stokken met spijkers, geslagen, er wordt tegen ze geschreeuwd, er wordt op ze gesprongen, totdat ze hun verzet opgeven en zich onderwerpen. Daarna begint de echte training pas, waarbij ze net zolang worden mishandeld met een haak met een scherpe punt, totdat ze doen wat de mensen van hen willen. Het lijkt het kalm beschreven dit, maar al schrijvend kook ik vanbinnen en kan ik maar moeilijk alle beelden wegdrukken die ik heb gezien op verschillende dvd’s. Het is zo erg om deze kleine olifantjes te horen schreeuwen van angst en woede als mensen erop in aan het hakken zijn..
Na deze training kunnen ze gebruikt worden voor trekkings (olifantenrijden) of voor shows, waar ze allerlei dingen moeten doen die echt niet goed zijn voor het hele olifantenwezen. Zitten, lopen op hun achterpoten, schilderen, muziekmaken etc. Helaas is het nog lang niet zo ver dat de regering mee wil werken aan verboden hierop, dus moet de educatie van de kant van de toeristen komen. Dit is wat Lek ook wil bereiken, zoveel mogelijk mensen leren dat olifanten ook recht hebben op gewoon olifant zijn, ipv een attractie. Lek is begonnen met het trainen van olifanten op een andere manier, dmv ‘positive reinforcement’. Dit betekent simpel belonen na goed gedrag ipv straffen na slecht gedrag. Ze wil hiermee niet laten zien dat olifanten trucjes kunnen doen, maar dat je ook op een niet-wrede manier kunt trainen. Doormiddel van het park (Elephant Nature Park) wil ze mensen dichterbij de olifant brengen en ze laten zien dat haar methode werkt. Ik vind haar echt een supermens, ze werkt minstens 12 uur per dag, is overal tegelijkertijd en probeert zoveel mogelijk mensen en olifanten te helpen. Naast het redden van olifanten helpt ze ook de gemeenschapen eromheen, met scholing van de kinderen, het bouwen van sanitaire voorzieningen etc om op deze manier de mensen voor te lichten. Lek heeft de ‘Asian Hero Award’ gewonnen en is een soort Superwoman en voorbeeld voor iedereen die begaan is met dieren. Naast dit allemaal is ze ook gewoon Lek, tuiniert met ons, beantwoordt al je vragen, eet mee en probeert ze ervoor te zorgen dat iedereen het naar zn zin heeft. We zijn samen een plan aan het bedenken om na deze reis haar te blijven helpen door middel van het voorlichten van reisorganisaties in Nederland. Het moet nog uitgewerkt worden, maar Lek steunt ons door dvd’s met veel van haar eigen filmmateriaal etc. Zoals jullie al horen, we zijn totaal geinspireerd..

Die inspiratie komt niet alleen van Lek vandaan, maar vooral ook door de verhalen van de olifanten in het park. Bijvoorbeeld Jokia, een volledig blinde olifant. Jokia werkte in de illegale logging in Birma. Haar mahout liet haar doorwerken ondanks haar zwangerschap en ze beviel van haar kindje tijdens het werken. Het kleintje gleed van de heuvel naar beneden maar de mahout liet haar niet naar haar kindje toegaan en dwong haar om door te werken. Toen ze weigerde en op de grond ging liggen, stak hij haar met zijn haak in haar oog en verblindde haar aan de ene kant. Na een paar weken werken werd de woede, angst en rouw haar teveel en weigerde ze te werken. Ze werd aggressief naar de mahout, waarna hij haar vervolgens met een katapult in haar andere oog schoot, om haar volgzaam te maken. Lek vond haar op een van haar onderzoekstochten en redde haar uiteindelijk. Zoals Jokia’s verhaal zijn er vele. Medo, een olifant die een gewrichtsprobleem had, niet is behandeld, uiteindelijk haar been heeft gebroken toen ze door moest werken. Toen ze niet meer kon werken werd ze gebruikt om mee te fokken, maar toen ze vast werd gemaakt om een bull haar te laten bestijgen, werd ze door hem aangevallen en brak haar heup. Twee dagen lang konden de mensen niet bij haar komen omdat de mannetjesolifant bij haar rond bleef lopen en erg gevaarlijk was. Uiteindelijk kon ze weer opstaan maar met haar heup is het nooit meer goed gekomen en nu komt ze ong 1 meter per minuut vooruit.

OK, genoeg kippenvel veroorzaakt. Er gebeuren hier gelukkig ook allemaal leuke dingen, zoals het zien van de blije baby’s die gelukkig rondhuppelen door het park, leuke en lieve mensen die we ontmoeten en vriendschappen die we opbouwen. Het meewerken aan een goed doel en weten dat je je energie stopt in iets wat echt telt geeft een goed gevoel. Als jullie meer willen weten over het project kun je gaan naar www.elephantnaturepark.org of www.elephanthaven.com. Donaties worden altijd op prijs gesteld:), maar het belangrijkste is vooral, zegt het voort en ga nooit, maar dan ook NOOIT meer naar een elephant trekking camp, of een show oid…

Thank you for your attention…

Ik mis jullie en het weer nog helemaal niet, maar dat neemt niemand mij hoop ik kwalijk:)

Dikke zoenen van mij, Jo

2 – BIB

Oftewel, back in Bangkok. Voor dit bericht waren er teveel titels beschikbaar.. Mijn favoriete was de volgende: Stilte…… OF HEEL VEEL HERRIE!! Gelukkig is mijn tolerantiegrens alweer wat omhoog geschroefd, maar 2 dagen geleden had ik het even gehad met Bangkok en de heerlijke herrie. Want dat is wat je hier veel hebt, herrie. Het is ongelofelijk hoeveel herrie een stad kan produceren. En ik maar denken dat het zo raar is dat ik zo moe ben de hele dag. Je kunt het geloof ik vergelijken met de hele dag zitten, staan en lopen in een kroeg waar de muziek niet hard staat, maar hard genoeg om elkaar soms wel, soms niet goed te kunnen verstaan. Waardoor je best hard moet praten om enigzins te kunnen communiceren zonder telkens WAT? te moeten roepen. En als je dan moe bent vaneen lange terugreis (of aankomstreis) wil je soms heel hard schreeuwen: KUNNEN JULLIE NIET ALLEMAAL EVEN JE *** HOUDEN!?!

Dus… Hallo ben ik dan weer eindelijk. Het vorige bericht sloeg niet echt ergens op, dus ik zal proberen om jullie dit keer te trakteren op een leuker verhaal, zonder dat het direct boekvormen aanneemt:) (wordt wel wat lastig geloof ik, want heb alweer veel te vertellen!).
Ik zal even een vooraf-uitleg geven, voor de mensen die van mijn plannen afwisten, voor de mensen die ervan hebben gehoord maar de laatste veranderingen niet hebben meegekregen en voor de mensen die denken: he, waar zit ze nu dan weer??
Plannen zijn ongeveer zo gekomen, veranderd en uitgevoerd: Jo op reis – Jo samen met Aliek (vriendin uit Ecuadoraanse tijden) op reis – Jo&Aliek naar India 3 maanden – Aliek moet afhaken dus Jo alleen naar India – Jo in stress vanwege verhuizing, 1 maand later dus 2 maanden naar India – Quir (vriendin sinds kruiptijd) komt met plan Thailand, Jo met Quir naar Thailand ipv India – Suus (weer andere vriendin) wil ook graag met Jo reizen, stelt voor 2 weken eerder gaan – Jo met Suus op 26 feb 2008 vertrokken naar Thailand. Vanaf hier zag/ziet het plan er ong zo uit:
Week 1&2 – Jo met Suus rondreizen Thailand – Suus naar huis op de dag dat Quir aankomt
Week 2 1/2, 3&4 – Quir en Jo redden de olifanten in het Elephant Nature Park (oftewel gaan olifantenpoep scheppen, vrijwilligerswerk noemen ze dat)
Week 5,6&7 – Quir en Jo crossen heel Thailand door – Quir moet naar huis
Week 8&9 – Jo heeft het rijk (heel Thailand) voor zich alleen (samen met de hordes toeristen en de hitte) en gaat chillen met die billen op de witte stranden drinken uit cocosnoten..  Al iemand jaloers? (gnagna)

Week 1&2 1/2 zijn inmiddels voorbij, eergister hebben we de vriendin-wissel gehad en gister niets anders gedaan dan illegaal geslapen en ontbeten in het hotel waar Quir een overnachting bij dr ticket had gekregen. Daarna aan t zwembad gehangen en rond 16u toen het huidje begon te protesteren (ik leer het ook nooit) richting hostel gegaan, op de markt van Khao San Road rondgelopen, gegeten en wat internetten. FF relaxen dus, want het is zwaar hier (:P okee, laatste keer dat ik dit zeg..). Vandaag vroeg opgestaan, treinticket geregeld en naar het Grand Palace gegaan, waar de koning vroeger woonde. Daar de grootste liggende Bhudda bekeken en rondgelopen tussen alle mega tempels en vertrekken die in het gebied van het Grand Palace staan. Smiddags werd het ons wat te warm en hebben we even gepauzeerd, hapje eten, slokje drinken en een beetje wandelen. Nu weer internet want dit verhaal moet toch een keer af. Vanavond nemen we de nachtrein naar Chiang Mai (voor mij de 2e x), slapen we 1 nachtje daar en moeten ons maandag om 8.00u melden bij het kantoor van het Elephant Nature park om te beginnen aan het tweeweekse avontuur met de olifantjes! (Dit stukje heb ik gister getypt, want inmiddels zijn we er al)

De afgelopen twee weken hebben Suus en ik als een soort dolle stieren door Thailand en Laos gereisd. De eerste dagen hebben jullie al meegekregen, dus ik begin bij dag 6 Chiang Khong aan de grens van Thailand.
Het plan was om de ‘standaard’ route te doen die heel veel backpackers doen, nl de grens over naar Laos, in Huay Xai de boot te pakken die in 2 dagen naar Luang Prabang vaart en vandaar weer terug naar Thailand. Op de avond voordat we de grens over zouden gaan raakten we echter in gesprek met Francesca, een duitse vrouw die vertelde dat zij een andere route ging doen. Zij wilde een stukje noordelijker in het plaatsje Nhong Khiaw opstappen en over de rivier Nam Ou afzakken naar Luang Prabang. De rivier komt een klein stukje daarvoor samen met de Mekong river. Dit klonk ook eigenlijk wel heel goed en hebben we besloten om die dagen samen te gaan.

Dag 7
Begon goed. Uitgecheckt bij hostel, spullen mee en naar de Mekong River, die Thailand en Laos aan de oostkant van Thailand van elkaar scheidt. Deze moesten wij oversteken om in Laos te komen. Vanaf 6u sochtends gaat er een bootje heen en weer voor 20 baht (40ct). Eenmaal aan de overkant begint het gelazer, want daar moet je papieren hier invullen, pasfoto en paspoort inleveren (die pasfoto had ik natuurlijk niet dus moest er een kopie van mijn paspoort gemaakt worden, duurt lang..), betalen en wachten. En wachten. Betalen kan alleen in dollars, maar ja als je die niet hebt en het wisselkantoor zegt doodleuk tegen je: sorry, ik heb geen dollars meer, wel Kip (valuta van Laos), dan grr! Kun je direct meer betalen voor je visa-upon-arrival, want: sorry miss, we have to change with bank, more expensive! Goed, kalm blijven en doorgaan. Gelukkig waren we onze exit-stamp vergeten te halen in Thailand, waardoor we weer terug konden met de boot, stempel halen en weer in de rij in Laos om je paspoort ‘aan te melden’. Na 2 uur gedoe waren we klaar! Met een tsjukkie (tuk tuk) naar het busstation, alwaar we weer 2 uur konden wachten op de bus die ons naar Luang Namta en daarna Oudomxai zou brengen. Toch was ik toen alweer over mijn ongeduld heen en dan kun je heerlijk 2 uur voor je uit staren, totdat de bus rare geluiden gaat maken en allerlei zwarteblauwe rook uitstoot, wat meestal betekent dat ie zo gaat vertekken. Oh ik kan jullie zoveel leuks vertellen over de reizigers die je ontmoet en die allemaal moeilijke dingen willen in zo;n bus, maar dat ga ik nu niet doen omdat het teveel tijd kost en het te leuk is om na te doen in real life:D.
De verdere dag was niet erg spannend. In Luang Namta overgestapt op de bus naar Oudomxai waar al een heleboel mensen inzaten en wij dus geen stoel hadden maar een zak rijst in het gangpad (was nog best luxe). Ergens laat in de avond kwamen we aan in Oudomxai en na wat gezoek hostel gevonden, gedoucht en lekker gaan slapen!

Dag 8
Vroeg in de ochtend (ja bij ons is 8uur vroeg in de ochtend..) op zoek naar een soort van Westers ontbijt. Nergens te vinden natuurlijk. Hoewel ik graag met de lokale mensen meedoe, heb ik het mijzelf gegund om het ontbijt een beetje bij het bekende te houden. Ik kan het nog niet heel goed aan om mijn dag direct al te beginnen met gebakken rijst of een noodlesoepje. Helaas was dit plaatsje niet echt ingespeeld op deze behoefte, dus dan toch maar een bordje ‘sticky rice’ en een kommetje noodle soup:) Toch ook wel lekker. Na 4 uur bussen kwamen we aan in Nhong Khiaw en Suus en ik vonden het tijd worden dat we afscheid namen van onze reisgenoot Francesca. Ze was aardig, daar niet van, maar niet helemaal het type gezellige reisgenoot. Dus afscheid genomen en wij hebben onze intrek genomen in een van de schattige bamboohutjes aan de rivierkant. De rest van de dag geld omgewisseld (geen pinautomaat te bekennnen, gelukkig wel een wisselkantoortje voor de overgebleven bahts) en… koffie gedronken! Oh nee, thee was het, echte ‘Lao-tea’ wat echt heel vies was. Ja, thee wordt gemaakt van blaadjes, maar deze blaadjes waren donkerbruin en smaakten naar.. ja blaadjes, vieze planterige blaadjes. Dus toch maar even naar een ander restaurantje waar ze lekkere Lao-coffe hadden (hele sterke koffie met een flike plons gesuikerde melk) en brownies!! Een beetje rondgewandeld, geprobeerd info te krijgen over de boot naar Luang Pranbang van de mensen bij de pier. Dit ging een beetje zo: boat to Luang Prabang? Yes oh, no not today (wijzen naar de grond als in: nu) tomorrow (een soort boogje als in: verder weg). We kregen 9 vingers opgestoken, oh 9 uur sochtends dus, how much? 110.000 kip geschreven in het zand, want dat was en moeilijk getal om duidelijk te maken. Top, wij weten genoeg. De volgende dag dag 9 staan wij keurig om kwart voor negen bij de pier. Ja de boot ging om 8 uur (oei, altijd je info even nachecken) maar gelukkig ook nog een om 11 uur. We hebben het onszelf maar even makkelijk gemaakt en in het zonnetje het dagboekje bijwerken. Tickets erin plakken, schrijven etc. Dit wekte grote nieuwschierigheid bij de kleine rondrennende kids en zelfs bij de mannen die toch ook even semi-ongeinteresseerd over je schouder aan het meekijken waren wat je nou toch in godsnaam aan het doen was met al die papiertjes. Lachen… Om 11 uur precies tuften we weg en een heleboel uur later kwamen we aan in Luang Prabang. Het is een prachtig stuk om te varen, met 2x een stop waar we eruit moesten en een stuk lopen, omdat de rivier te ondiep was om erdoor te kunnen met zoveel gewicht. Een vrouwtje aan de waterkant wordt gevraagd om ons te wijzen naar waar we heen moeten lopen, krijgt 1000 kip (8ct) in haar handen geduwd en gaat ons voor tot halverwege waarna ze denkt, vanaf hier kunnen jullie het wel zelf. Ik weet niet of dat ook echt de bedoeling was, maar ach. Zoals gezegd, na 7 uur varen kwamen we met houten billen aan in Luang Prabang, wat een backpackers walhalla is. Heel veel hostels, heel veel markt en heel veel tuktuks ‘where you go miss’, ‘you need hostel, only 10 dollar’. Nee dank, dat kunnen we zelf wel en goedkoper:). Maar eerst moest er gegeten worden want we hadden niets meegenomen op de boot (wat een planning weer). Na een paar keer aangesproken te zijn een goede prijs weten te onderhandelen en ons geinstalleerd in een schattig hostelletje. Daarna even rondgewandeld, de markt bekeken en gaan slapen!

Dag 10
Goed.. Ik ga dit stuk nu opnieuw typen, want de computer is net uitgevallen toen ik mijn hele verhaal tot aan vandaag wilde opslaan. Dit soort dingen heb je natuurlijk altijd en net op dat moment heb je het laatste stuk niet opgeslagen en is alles kwijt! Maar goed, een chocoladebroodje verder en we beginnen vrolijk weer opnieuw.. (grr :) grr :) )

Dag 10.. nu ben ik helemaal uit mn verhaal:(. OK, deze dag hebben we lekker ontbeten bij een croissanterie, want die hebben ze hier! Daarna hebben we rondgelopen in de buitenwijken van de stad, waar je leuk mensen kunt kijken. We zijn een tempel gaan bekijken en hebben een stuk berg beklommen wat leidde naar weer een andere tempel en vanwaar je een mooi uitzicht had over de stad. Na deze vermoeiende activiteiten (warm!) hebben we even een pitstop gemaakt en een cocosnoot gesplijt. Savonds hebben we onszelf getrakteerd op een oliemassage! Oef dat is echt goed voor je:). De volgende dag (dag 11) zouden we een nachtbus nemen naar de grens, maar sochtends op het busstation kwamen we erachter dat die bus halverwege de nacht aan zou komen. Das nie handig met het vinden van een slaapplaats. Uiteindelijk bleek achteraf dat de loketmeneer ons verkeerd begrepen heeft (of wij hem) en dat de bus er wel pas de volgende ochtend aan zou komen. Maar toen hadden we al besloten dat we dan maar direct een bus zouden nemen en zo zaten we vanaf 13u weer in de bus. Ergens laat in de avond kwamen we in Vientiane aan, de hoofdstad van Laos. We hebben overnacht in een erg aftands hostel, waar we betaalt hebben met onze laatste kipjes en een paar baht. Ze spraken natuurlijk geen woord engels en dan moet je met gebaren uitleggen dat dit je laatste Kip is en of het ok is dat je de rest in Baht betaalt:) Toch leuk is dat.

Dag 12
Een vriendelijk en een beetje een sneaky laonees meneertje heeft ons overgehaald om ons te brengen naar de grens, ipv een bus te nemen. Vientiane ligt 22 km van de grens en ik moet toegeven dat je met zo’n scheurmonster (tuktuk) redelijk snel zo’n afstand aflegt:). Dit keer ging de grensovergang iets soepeler en na een busritje over de ‘friendship bridge’ stonden we binnen 20 min weer in Thailand! Jeeh. Toch raar dat je in zo’n korte tijd al zoveel verschillen kunt merken. Laos is echt een prachtig land met hele vriendelijke mensen, maar zo lopen qua ontwikkeling wel erg achter op Thailand. Niemand, maar dan ook echt niemand sprekt engels daar. Nou is dat in Thailand ook niet echt, maar daar snappen ze de basisgebaren gepaard met het engelse woord ‘sleeping’ wel. In Laos staan ze je dan echt aan te staren..Toch heeft het ook zn charmes, want zo kregen wij eens ruzie met een hele bus Laonezen. Blijkt dat je de bus in stapt en op een stoel gaat zitten waar al iemand zat. Je hebt toch echt een kaartje waarop dat stoelnummer staat, maar ja, zo werkt dat niet in deze landen. Probeer dan maar eens je gelijk te krijgen of jezelf uberhaupt verstaanbaar te maken. De hele bus bemoeit zich ermee en er wordt druk gediscussieerd. Wel erg lachen, want als het eenmaal over is, je hebt toegegeven en je zit lekker op je zakje rijst in het gangpad, ben je weer dikke vrienden met iedereen en wordt erg vriendelijk naar je (en over je) gelachen.
We hebben de dag doorgebracht in het Thaise grensplaatsje Nhong Khai, waar we zoveel gedaan hebben als koffie drinken, milkshakes drinken en fietsen gehuurd om naar het Sala Kaew Ku Sculture Park te gaan! Dit laatste was vooral erg leuk, omdat we op twee brakke fietsjes langs de ‘snelweg’ fietsten. Het park is opgericht door een gekke Laonees die zijn gedachten en visies uitbeeldde in enorme stenen sculpturen, sommigen wel 25 meter hoog. Hij hield zich erg bezig met het bhoedisme en het hindoeisme en deze twee geloven gecombineerd geven soms rare en hele mooie dingen! Na een uurtje rondkijken weer op de fietsies terug naar het dorp en daar op de nachtrein naar Bangkok gestapt! Hierna was het plan om 2 dagen in BKK te spenderen waarna Suus weer naar huis zou moeten, maar we hadden ons wat vergist in de vertrekdatum en dachten dat ze woensdag weg moest ipv donderdag. Hier kwamen we in de trein achter en hebben toen maar meteen bedacht dat we dan nog even aan het strand zouden gaan liggen.

Maandagochtend (dag 13) kwamen we aan in BKK en hebben meteen een bus gepakt naar Sri Racha ion het zuidoosten. Dit ligt ong 1 1/2 uur van BKK, maar wij hadden de goedkoopste bus (lokale) en die deed er 3 uur over! Werden we ook nog eens in het dorp eruit gezet en in een volgende bus geduwd, die we helemaal niet moesten hebben. Weer geleerd dat je toch echt eerst even duidelijk moet hebben wat er allemaal gebeurt. Na een boottochtje van 45min kwamen we op ons eilandje Kho Si Chang aan! We zijn hier twee nachtjes geweest en hebben lekker een beetje op het strand gelegen, een brommertje gehuurd en het hele eiland overgecrosst. Lekker gegeten bij een tentje dat gerund werd door een Thaise vrouw en een Engelse man (geloof ik) en dit zag je terug in de kaart. Echt lekker! We werden hier na 1 dag al nagestaard en uitgelachen, die gekke lange buitenlanders op een brommertje hihi. Soms moet ik bekennen dat het best frustrerend is om de hele tijd zo te worden bekeken en uitgelachen. Ik heb een boekje gekocht over de Thaise cultuur en daar leer ik uit dat het lachen niet zozeer betekent uitlachen als in Nederlandse begrippen, maar gewoon het leuk hebben, schaamte of ongemakkelijkheid tonen en toelachen. Ach, het wordt steeds beter, zeker als ik gewoon terug ga kijken (onderzoekend) en terug lach. Met een lach heb je iedereen aan jouw kant hier!

Met deze wijze woorden (pff haha) ga ik jullie verlaten, want het is alweer een aardig boekwerk geworden. Dag 15 waren we weer terug in Bangkok en de rest hebben jullie al kunnen lezen. Morgen start ons project dus over 2 weken horen jullie weer van me!

Voor nu ghab khun gha (dank jullie wel) voor het lezen en sawadigha (goedendag) to you all. Oh ja, broer: als je dit leest, ik hoop dat je eerste dagen aan de andere kant van de wereld (voor mij letterlijk) bevallen. Edith, ik ruik heerlijk naar grapefruit de hele dag (van je lush pakket), hhm! :) En suus, dank je voor het mee terugnemen van mijn overbagage. Ik kwam heen met 16 kg (vond ikzelf erg netjes) en heb inmiddels weer 5 kg terug naar Ned gestuurd. Het loopt heerlijk zonder die 5!

Dikke kus van Jo!

1 – Koffie!

Lieve mensen,

Hier het eerste berichtje uit Thailand! We zitten hier inmiddels bijna een week en vermaken ons heeeel erg goed!
In tegenstelling tot andere keren heb ik niet zoveel zin om nu uitgebreid te vertellen wat ik allemaal heb meegemaakt. Teveel om te vertellen en dit toetsenbord is vervelend, dus wordt het kort.

Dag 1 aangekomen in Bangkok, leuk hostel gevonden in Chinatown en rondgewandeld in de stad. Hier en daar op straat  wat hapjes gegeten, onszelf lekker laten verwennen (massage, manicure en pedicure:)) en naar een night market geweest.
Dag 2 redelijk vroeg wakker geworden (was nogal lawaaiig voor ons slaapkamertje) en gaan ontbijten. Even rondgelopen over de markt op Khao San Road. Daarna de ferry genomen over de rivier naar het Grand Palace. Weer terug over de rivier, langs het KLM hotel gelopen, nog even gezwaaid (je weet maar nooit) en terug naar het hostel. Met onze spullen naar het treinstation gelopen, wat gegeten, koffie gedronken en toen de nachttrein naar Chiang Mai ingestapt.
Dag 3 uitgestapt in Chiang Mai en hostel gevonden wat erg leuk was. Gezelig gekletst met meisje dat daar werkte en toen koffiegedronken. Ja daar was het wel weer tijd voor. Toen rondgewandeld, poig gedaan tot bezichtigen van tempels, op jacht naar een dagboek voor mij en over de nightmarket gelopen. Hier liepen we per ongeluk een tailor binnen en voor we het wisten waren we de volgende dag maten aan het opnemen voor een nieuwe jurk voor Suus en mijn witte broek! Is uiteindelijk erg goed uitgepakt en de geliefde witte broek herleeft!
Dag 4 ‘s ochtends gespendeerd in de tailorwinkel dus, smiddags massage gehad van ex-gevangenen (vrouwen) en daarna naar de oudste tempel in de stad waar je kan kletsen met monniken. ‘S avonds terug voor de eerste pas van de jurk en broek en weer veel te laat naar bed.
Dag 5 bus naar Chiang Khong genomen, helemaal in het noorden tegen de grens van Laos aan. Gaan morgen de grens over, tochtje over de rivier maken.. Het is nu dag 6 en we hebben het hele ‘dorp’ (een straat) al bewandeld. Nu nog even een beetje zon en.. koffie!!

Volgende keer uitgebreid! Hoop dat jullie de regen en hagel (zo groot als M&M’s hoorde ik) overleven. We denken af en toe aan jullie.

Dikke kus JOS

Jes, Jo en Tom in Italia

Hallo lieve allemaal!!

Daar zijn we dan even, weer met een nieuw verhaal, dit keer vanuit Italië:). Even korte geschiedenis.. Ergens in de winter zaten wij (nichtje Jessie Spruit, de meesten van jullie wel bekend) en ik aan de thee en maakten wij plannen om naar Cuba te gaan. Leuk plan, maar werd toch een beetje te duur, dus zakten wij af van Europa met de trein, tot Italië met de auto.. Zo gezegd is meestal niet zo gedaan, maar in dit geval wel.. Dus maandag 16 juli zijn we vertrokken. De hele week ervoor al planningen maken voor welke spullen wel en welke niet mee te nemen en vooral de schoenenlimiet.

Zondag Tom ingeladen (voor de niet-insiders onder ons, Tom is mijn kleine autootje) en maandag vertrokken om 06.00, vanuit Den Haag. Ok, het was 6.15 voordat we echt wegreden, maar de planning klopte aardig. Om de paar uurtjes gewisseld en voor we het wisten zaten we zonder benzine.. Ik weet niet of wij nou zo scheel zijn maar langs Duitse snelwegen zijn er vrij weinig zichtbare benzine stations.. Nou goed, dan maar een dorpje ingereden en daar getankt. Aan het einde van Duitsland kwam de eerste sensatie al. Ik zag het lichtje van de koelvloeistof temperatuur even aangaan en toen weer uit. PANIEK (dit lampje kostte het leven van mijn vorige auto namelijk).. Gelijk gestopt bij een parking en ANWB gebeld, nou ja, zo’n SOS paal gebruikt dan. Gelukkig kwam er al snel een mannetje langs die een half uur rondom de auto heeft gelopen, gevoeld en onder de motorkap heeft geloerd. Uiteindelijk kon ie nog niet zeggen wat er precies aan de hand was en dus zijn we gewoon verder gereden. Gelukkig daarna het lampje niet meer aangezien (tot vandaag toen we heuvel-op moesten op de snelwg, dat vond Tom niet zo leuk, dus weer even pauze gehouden aan de kant van de weg..:)). Goed, rond 17u zaten we in Zwitserland en omdat wij nou eenmaal in ons hoofd hadden dat we IN Italië wilden zijn die dag nog, reden we lekker door. De in de ochtend gemaakte broodjes deden het nog goed in de koelbox en dus lekker doorgereden. Rond de Gothardpass hebben we nog wel even wat lege tank probleempjes gehad, wat weer wat stress opleverde, maar gelukkig had een restaurantje in een piepklein plaatsje nog een benzineautomaat in zn achtertuin staan (?!). ‘S avonds om 22u aangekomen in Menaggio, een plaatsje aan het Lago di Como. Daar een hostel genomen die wij weer gevonden hadden in een van onze bijbels (de Lonely Planet dit keer). Herlijk geslapen en de volgende ochtend met een echt italiaans ontbijt (nix dus, een kop koffie en een croissantje) in onze magen nog heel even over de beroemde bloemenboulevard gelopen. Daarna zijn we via Como naar Milaan gereden. Gelunched in Como en daar begon de ellende al (de welbekende koopziekte, waar niet aan te ontkomen is hier in Italia). Zoals sommige van jullie wel weten heb ik in Italie gewerkt als au-pair en het leek mij leuk om mijn ‘familie’ weer eens op te zoeken. Wij hadden echter geen reactie om mijn mails gehad, dus we dachten, laten we gewoon langs gaan en kijken of ze thuis zijn. Dus even nagevraagd welke afslag Rozzano was (een buitenwijk van Milaan waar ze wonen) en gewoon maar gereden. Eenmaal in town herkende ik weinig totdat we op de goede straat waren aangekomen en daar wist ik het weer! Aangebeld en heel gelukkig (en toevallig) was Valerio (mijn ‘papa’) thuis! Hij nodigde ons uit om binnen even wat te drinken en na wat geklets mochten we daar blijven slapen voor de tijd die we in Milaan wilden doorbrengen. SUPER! want dat scheelde natuurlijk in verblijfskosten en ten tweede was het erg leuk om het huis weer even te zien en het allemaal aan Jes te laten zien.

De tijd in Milaan hebben we ongeveer zo doorgebracht: 1e avond boodschappen gedaan, uit eten geweest (leuk, lekker, duur!) en thuiskomen voor een deur met de sleutel aan de binnenkant in het slot. Hmm Valerio wakker maken, ik schamen. Dag 2: Even naar de stad, rondwandelen en shoppen!, terug naar de garage waar Tom z’n toeter even gemaakt zou worden. Duurde te lang want er kwamen nog wat problemen bij kijken, hmm. ‘S avonds nog even de stad in, weer shoppen (leuke jurkjessss, schoenen, shirtjes gekocht:)) en daarna thuis lekker koken en slapen.

Tijd is op, later meer!

Dikke kus van Jo en Jes!

Copyright © 2012